Mozart




Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) [639 KB]

Vader Leopold Mozart was een niet onbelangrijk componist, violist en kapelmeester van het aartsbisschoppelijk orkest te Salzburg, maar gedoemd de geschiedenis in te gaan in de schaduw van zijn zoon. Hij hield de muzikale opleiding van zijn kinderen Nannerl en Wolfgang stevig in de hand, en wist ze als wonderkinderen op tournees financieel uit te buiten.

Toch kunnen we zeggen dat Wolfgang, in Salzburg op 27 januari 1756 geboren, een gelukkige jeugd gekend heeft. Als kleuter leerde hij spelenderwijs piano spelen en moest als zesjarige zijn kunsten gaan vertonen bij de rijke hoge heren in de grote Europese steden. Na Wenen stonden ook Parijs, Londen, Den Haag en München op het programma. De indrukken die het kind Mozart toen opdeed, zouden hem later als veelzijdig componist uitstekend van pas komen.

Nog voor het gezin in 1766 naar Salzburg terugkeert, verrast Wolfgang zijn vader met zelf gecomponeerde symfonietjes en sonates. Hij krijgt compositie-opdrachten van het hof en wordt in het orkest van zijn vader concertmeester. Bewust weigerden de Mozarts daarvoor salaris, om het recht te behouden zich op elk ogenblik vrij te kunnen maken voor concertreizen.

Als de aartsbisschop sterft, beslist zijn strengere opvolger dat het maar eens gedaan moet zijn met die toestanden. Mozart krijgt een behoorlijk salaris, maar moet nu steeds ter beschikking van het orkest staan. Conflicten blijven niet uit en in 1777 barst de bom: Wolfgang neemt ontslag en gaat op reis, dit keer door moeder begeleid. Terug in Salzburg wordt Mozart organist en concertmeester. Tijdens een verblijf met zijn kapel in Wenen vindt hij de waardering die hem doet besluiten definitief met de aartsbisschop te breken, en het allereerste experiment als "vrije kunstenaar" op te zetten in Wenen. Voor Mozart zelf was dit echter tegelijk het begin van de financiële zorgen. Zijn werken werden overal hoog aangeprezen maar laag geprijsd.

In 1891 trouwt hij, zeer tegen de wil van zijn vader, met Constanze Weber. Dat betekende dat van vader Leopold geen financiële hulp meer verwacht kon worden. Bij het overgrote deel van het publiek wekt Mozart meer bevreemding dan bewondering. En bij de meeste collega's alleen maar onbegrip en jaloersheid. Een uitzondering was de vriendschap met de veel oudere Haydn, maar ongelukkigerwijze bevond die zich in Mozarts zwartste periode in Londen.

Voor geen enkele vreemde invloed was Mozart immuun en alles wist hij tot een zeer persoonlijke stijl te verwerken. Strijkkwartetten draagt hij niet zonder reden eerbiedig op aan Haydn, en de klavierwerken van Carl Philipp Emannuel Bach bepalen mede de stijl van Mozarts pianosonates en -concerto's. J.S.Bach’s stijl verwerkt hij tot een zeer persoonlijke polyfonie, die we vooral in het "Requiem" terugvinden, terwijl we duidelijk invloeden van de Mannheimers vinden in de symfonieën.

Als hij op het punt staat naar Praag te verhuizen, waar hij zowel meer artistieke als financiële waardering vond, benoemt de keizer hem (met een hongerloon) tot hofmusicus, om hem toch maar in Wenen te houden. Ook een laatste reis naar het Noorden bracht meer waardering dan geld op. Het grootste deel van zijn inkomen ging dan nog naar dokters en apothekers, omdat Constanze door te snel opeenvolgende zwangerschappen erg verzwakt was. Ook zijn eigen gezondheid ging achteruit en omwille van het voorschot aanvaardt hij de opdracht voor een "Requiem", ofschoon hij op dat ogenblik werkte aan "Die Zauberflöte" en "La Clemenza di Tito". Net voor de voltooiing van het "Requiem" begeeft zijn gestel het op 5 december 1791 en zijn leerling Carl Süssmayer werkt de partituur af.
Door het slechte weer en de ziekte van Constanze was niemand op de begrafenis aanwezig. Zijn lichaam werd in een anoniem massagraf geworpen.