De Middeleeuwen

Onze tegenwoordige maatschappij verandert in een heel snel tempo. Ga maar na: tegenwoordig raken we al geïrriteerd als een internetpagina niet binnen een paar seconden op ons beeldscherm verschijnt. Tien jaar geleden was je echt blij als een folder die je besteld had al na 1 week in de brievenbus gleed!




We kunnen ons bijna niet voorstellen hoe langzaam het leven zich in de Middeleeuwen voltrokken moet hebben. In één mensenleven veranderde er gewoon niets. Alles bleef bij het oude.
Althans, zo leek het. Er waren wel degelijk veranderingen in de maatschappij. Alleen gingen die zo langzaam, dat het een doodgewoon mens niet opviel.
 

Zo bleef de situatie in de kerk-muziek lange tijd hetzelfde als in de Oudheid. Vele honderden jaren bleef het responsoriale en antifonale gezang [1 KB] gehandhaafd. Er kwamen alleen wel steeds nieuwe liederen bij.
Het is interessant het verschil tussen responsoriaal [70 KB] en antifonaal [655 KB] gezang eens te beluisteren.

Je kunt je voorstellen dat vanaf zo'n 200 jaar voor Christus tot zo'n 500 jaar na Christus er een enorme hoeveelheid aan liederen ontstaan was. Al die liederen werden op verschillende plaatsen op verschillende momenten op verschillende manieren in de diensten gezongen. Eigenlijk gewoon een wirwar van liederen, dus. Een zooitje!




Paus Gregorius de Grote vond dat ook. Hij zag het belang wel in van een meer geordende manier van muziekgebruik in de kerkdiensten en heeft eens flink de bezem door de warboel van kerkelijke muziek gehaald.
Wat overbleef was een soort muziek die wij tegenwoordig nog kennen als het "Gregoriaans".

De mensen zeiden over Paus Gregorius dat een duif, gestuurd door God zelf, de liederen in Gregorius' oor gefluisterd had.
Daarom zie je op afbeeldingen vaak een witte duif op de schouder van Gregorius zitten.  

Gregoriaanse muziek [215 KB] is eenstemmig, zonder metrum (maat) en geschreven in de kerktoonsoorten [10 KB] .
Het Gregoriaans van Paus Gregorius was zo rond het jaar 570 compleet.
Pas zo'n 300 jaar (!) later bedachten mensen dat het misschien ook wel mooi zou zijn om eens een tweede stem erbij te zingen.
Met die gedachte begon de ontwikkeling van de meerstemmigheid.

In het begin was meerstemmigheid niet meer dan dezelfde melodie in kwarten of kwinten mee laten klinken. Deze vorm van meerstemmigheid heet het "parallel organum".
Weer een stap verder was het versieren van de tweede stem: het "versierd organum".
De Nederlandse componisten waren in die tijd de grote meesters. Zij ontwikkelden en experimenteerden met de meerstemmigheid. Net zolang tot iedere stem melodisch onafhankelijk was van de hoofdmelodie. Dit is de "polyfone schrijfwijze". De Nederlandse meesters schreven missen, motetten [349 KB] , chansons, canons en madrigalen.

In deze compilatie [1.069 KB] hoor je in 6 korte fragmentjes hoe de meerstemmigheid zich ontwikkeld heeft. Je hoort:
1. Gregoriaans (eenstemmig)
2. Parallel organum (melodie met een 2e stem die een kwint hoger meeklinkt)
3. Versierd organum (melodie in lange tonen met een beweeglijke 2e stem)
4. Meerstemmig versierd organum (meerstemmige melodie met daarbij 1 beweeglijke stem)
5. Motet (meerstemmig polyfone vorm)
6. Madrigaal (meerstemmig polyfone vorm)

Omdat de Paus de kerkmuziek graag tot volle ontwikkeling wilde brengen, liet hij de Nederlanders naar Rome komen. Daardoor verhuisde de ontwikkeling van de muziek als het ware naar Italië.

Naast de kerkelijke muziek ontwikkelde natuurlijk ook de wereldlijke muziek zich verder.
Muzikanten trokken al spelend rond. Met begeleiding van de luit zongen ze hun liedjes op pleinen en markten.
Deze "skalden" en "barden" werden door de kerk bestreden, omdat het naast muzikanten vaak ook dieven, bedriegers, oplichters en vechtjassen waren. Althans, daar ging men van uit.
Ook de teksten van hun liedjes waren vaak niet al te netjes....


Is er wat dit betreft veel veranderd sinds die tijd, denk je? Hoe vinden je ouders teksten en muziek die je op MTV en TMF hoort? Wat vinden ze van de leefstijl van popartiesten?  

Rond 900 werd de boekdrukkunst uitgevonden in China. En zo'n 100 jaar later ontwikkelde Guido van Arezzo de muzieknotatie, zoals wij die nu nog kennen.

Boekdrukkunst en muzieknotatie zorgden ervoor dat de Middeleeuwse muziek, opgeschreven door monniken, gedrukt kon worden. Zodoende kunnen wij er nu kennis van nemen.  

Zo rond 1150 ontstond het kunstlied. De adel componeerde en maakte gedichten. Zo maakten ze liefdesliederen, jachtliederen, romances en kruistochtliederen. De vertolkers van dit repertoire noemden zich in Frankrijk "troubadours" [682 KB] . In Duitsland heetten ze "minnesänger" en in Nederland "minstreels".

Toen dorpen steeds groter werden en steden ontstonden, werden burgers steeds zelfstandiger. De gilden [ KB] ontstonden, waaronder de muziekgilden (13e - 16e eeuw). De muzikanten die bij zo'n gilde waren aangesloten moesten aan strenge regels voldoen. Ze noemden zichzelf "meistersinger".

Bekende componisten uit die tijd zijn:
- Guillaume de Machault [225 KB]
- Guillaume Dufay [694 KB]
- Johannes Okeghem [838 KB]
- Jacob Obrecht [134 KB]
- Josquin des Prez [831 KB]