Expressionisme

Na de Eerste Wereldoorlog ontstaan er weer nieuwe ontwikkelingen in de kunst. Enkele componisten in Duitsland en Oostenrijk (Wenen) streefden naar een uiterst expressieve en emotionele muziek. Zij gingen daarin zo ver dat extreme gemoedstoestanden als hysterie en krankzinnigheid en ervaringen als nachtmerries in een zeer complexe muziek tot uitdrukking werd gebracht. De muziek geeft uitdrukking aan strijd, geweld, conflict, frustratie en innerlijke verscheurdheid.
Deze stroming wordt Expressionisme genoemd.

Bij het Expressionisme zijn de grote verschilpunten met de Romantiek dat klank en kleur belangrijker zijn dan melodie. Het ritme overweegt echter. In het ritme spelen maatwisselingen, syncopen, onregelmatige maatsoorten, polyritmiek en polymetriek een belangrijke rol.

Slagwerk en blaasinstrumenten worden belangrijker en er ontstaan allerlei nieuwe vormen van instrumenteren: geen stereotype ensembles meer, maar allerlei 'vreemde' combinaties van instrumenten.
Het tonale systeem wordt steeds verder losgelaten.

Door Arnold Schönberg werd een vorm van atonaliteit ontwikkeld, waarbij alle twaalf chromatische tonen slechts éénmaal in een reeks gebruikt mogen worden. Zo kan geen toon belangrijker worden dan een andere, omdat ze niet vaker voorkomt. De toon mag pas herhaald worden als alle twaalf tonen van de reeks geklonken hebben. Alle tonen zijn dus gelijkwaardig: de democratisering van de toon! Deze muziek wordt twaalftoonsmuziek of dodecafonie genoemd.
Nadat Schönberg zijn dodecafonie had uitgevonden, volgden zijn leerlingen Anton Webern en Alban Berg hem daarin. Met z'n drieën vormen zij de Tweede Weense School (de Eerste Weense School waren natuurlijk Mozart, Beethoven en Haydn in de Klassieke tijd).

Overigens was de dodecafonie niet een op zichzelf staand fenomeen in de eerste helft van de twintigste eeuw. In de schilderkunst en in de literatuur vinden we al eerder soortgelijke denkbeelden. Het is zelfs zeer waarschijnlijk dat denkbeelden van schilders als Wassily Kandinsky en Oscar Kokoschka en een schrijver als Franz Kafka van invloed zijn geweest op met name Schönberg's composities. Berg en Webern waren leerlingen van Schönberg en namen op hun beurt weer veel van zijn ideeën over.

Anton Webern was eigenlijk de enige van de drie uit de Tweede Weense School die zich helemaal van de post-romantische tradities wist los te maken. Na een eerste periode van atonaliteit componeert hij kleine geconcentreerde "secondewerkjes". Dit waren stukjes van letterlijk slechts enkele noten waar. Een enorm verschil met de grote, lange, pompeuze werken van bijvoorbeeld Mahler, Wagner en Bruckner! Vanaf 1924 gebruikt hij de dodecafonie van Schönberg. In de laatste werken streeft Webern naar ijlere klankeffecten, waarin de stilte steeds meer structureel element van de compositie wordt.

Zoals gezegd ging het twaalftoonssysteem van Schönberg uit van een volledige gelijkwaardigheid van alle twaalf tonen. Daarmee laat hij de tonaliteit, alle wetmatigheden van tonika- dominant en subdominant, los. De twaalf tonen vormen als het ware een perfect democratisch geheel. Dat democratische aspect was Schönberg's ideaal.
Dat ideaal is perfect in overeenstemming met de afkeer die Franz Kafka heel zijn leven gevoeld heeft van macht(hebbers), uitzichtloze bureaucratie en onontkoombare schuld. Vaak wordt de eerste regel van Kafka's bekendste roman 'Der Prozess' geciteerd als illustratie van deze afkeer: "Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan, werd hij op een morgen gearresteerd". Kafka's ideale wereld zou perfecte democratie geweest zijn: de dodekafonie van Schönberg!

Het Expressionisme is belangrijk geweest voor veel muziek van de afgelopen tachtig jaar. Het schilderij 'Composition VIII' van Wassily Kandinsky is zelfs enkele jaren geleden nog de inspiratiebron geweest voor een fantastisch werk met dezelfde titel voor fanfare van Leon Vliex. Deze componist schrijf zijn 'Composition VIII' dan wel niet in dodecafonische stijl, maar feit is dat een expressionistisch schilderij ook heden ten dage nog zoveel zeggingskracht heeft dat componisten erdoor geïnspireerd worden.